Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1477
2025-10-03
Bestuursrecht; Belastingrecht
23/04639
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:1477 → ECLI:NL:GHARL:2023:8636
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (2)
- ECLI:NL:GHARL:2023:8636 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10-10-2023
- ECLI:NL:GHARL:2022:5894 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-07-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.072 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 23/04639
Datum 3 oktober 2025
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 oktober 2023, nr. BK-ARN 23/698, betreffende een verzoek van belanghebbende om herziening van de uitspraak van dat Hof van 12 juli 2022, nr. BK-ARN 21/00121.
1Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door M. van Leeuwen, advocaat te Arnhem, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Namens belanghebbende is de zaak schriftelijk toegelicht door M. van Leeuwen.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2025.
ECLI:NL:GHARL:2023:8636.
ECLI:NL:GHARL:2022:5894.
BELASTINGKAMER
Nummer 23/04639
Datum 3 oktober 2025
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 oktober 2023, nr. BK-ARN 23/698, betreffende een verzoek van belanghebbende om herziening van de uitspraak van dat Hof van 12 juli 2022, nr. BK-ARN 21/00121.
1Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door M. van Leeuwen, advocaat te Arnhem, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Namens belanghebbende is de zaak schriftelijk toegelicht door M. van Leeuwen.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2025.
ECLI:NL:GHARL:2023:8636.
ECLI:NL:GHARL:2022:5894.