Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1428
2025-09-30
Strafrecht
23/04775
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:1428 → ECLI:NL:PHR:2025:677
Inhoudsindicatie
Belediging van politieagent door bij verkeerscontrole o.b.v. art. 160 WVW 1994 tegen hoofdagent “vieze racist” te zeggen, art. 266.1 jo. 267.2 (oud) Sr. 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. onrechtmatigheid van verkeerscontrole wegens etnische profilering, art. 359.2 Sv. 2. Beroep op bijzondere strafuitsluitingsgrond van art. 266.2 Sr. HR: art. 81.1 RO. HR slaat geen acht op aanvulling op schriftuur in Borgersbrief.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.968 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04775
Datum 30 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 4 december 2023, nummer 22-000573-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat I.J.G. van Raab van Canstein bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd. In deze reactie heeft de raadsman ook het eerste cassatiemiddel aangevuld. Nu deze aanvulling op de schriftuur na de daarvoor in de wet gestelde termijn is ingediend, zal de Hoge Raad op deze aanvulling geen acht slaan.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2025.
STRAFKAMER
Nummer 23/04775
Datum 30 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 4 december 2023, nummer 22-000573-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat I.J.G. van Raab van Canstein bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd. In deze reactie heeft de raadsman ook het eerste cassatiemiddel aangevuld. Nu deze aanvulling op de schriftuur na de daarvoor in de wet gestelde termijn is ingediend, zal de Hoge Raad op deze aanvulling geen acht slaan.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2025.