Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:138
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:138 → ECLI:NL:GHAMS:2023:3777 overig
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:138 → ECLI:NL:PHR:2024:1425
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. schuldheling (art. 417bis.1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van e-mailwisselingen tussen raadsman en strafgriffie hof (onder meer grieven tegen vonnis Pr)? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt het middel. CAG: Gelet op e-mailwisselingen tussen raadsman en strafgriffie hof en correspondentie van griffier hof aan griffie HR heeft hof de verdachte ten onrechte ex art. 416.2 Sv n-o verklaard in h.b. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.766 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/02484
Datum 4 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 juni 2023, nummer 23-000609-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.M. Pijnenburg, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2025.