Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:1314

2025-09-23 Strafrecht 24/01496
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-09-23
Publicatiedatum
2025-09-17
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
24/01496
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/1061

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op personenauto en 2 Oostenrijkse kentekenplaten onder klager, die auto in Duitsland heeft gekocht waarna blijkt dat deze is gestolen. Derdenbescherming ex art. 3:86 BW. Had Rb moeten oordelen dat klager redelijkerwijs als rechthebbende moet worden aangemerkt? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.750 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 24/01496 B

Datum 23 september 2025




BESCHIKKING




op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 19 maart 2024, nummer RK 23/028455, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend



door




[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de klager.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat J. Klomp bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2025.