Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1302
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:1302 → ECLI:NL:GHSHE:2023:3951
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:1302 → ECLI:NL:PHR:2025:648
Inhoudsindicatie
Medeplegen diefstal met braak, art. 311.1.4 en 311.1.5 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. betrouwbaarheid van herkenningen van verdachte door verbalisanten, art. 359.2 Sv. 2. Bewijsklacht. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Met zijn bewijsoverwegingen heeft hof voldoende gerespondeerd op uos van verdediging over betrouwbaarheid van herkenningen. Hof heeft (door o.m. stil te staan bij het al dan niet bestaan van voorinformatie) ook gereageerd op de door verdediging gestelde “sturing” in totstandkomingsproces van deze herkenningen. Dat hof mogelijk niet nadrukkelijk is ingegaan op alle omstandigheden die verdediging ter onderbouwing van dat standpunt naar voren heeft gebracht, maakt dit niet anders. Motiveringsplicht van art. 359.2 (tweede volzin) Sv strekt immers niet zover dat op ieder detail van argumentatie die ten grondslag ligt aan uos moet worden ingegaan. Ad 2. Hof heeft niet overwogen dat omstandigheid dat verdachte in grijze personenauto is aangetroffen met medeverdachte de betrouwbaarheid van herkenningen ondersteunt maar heeft slechts overwogen dat het door deze omstandigheid wordt gesterkt in zijn overtuiging dat verdachte betrokken is geweest bij woninginbraak. Dat oordeel is verder niet onbegrijpelijk. Stelling dat herkenningen en gestelde betrokkenheid van verdachte onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en dat hof aldus in feite heeft overwogen dat aanwezigheid van verdachte in grijze personenauto bijdraagt aan betrouwbaarheid van herkenningen door verbalisanten, gaat niet op. Volgt verwerping. Samenhang met 23/03707.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.804 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/03706
Datum 16 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 september 2023, nummer 20-002919-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J.C. Reisinger en R.L. Vermeulen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
2.1
Het eerste cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 359 lid 2, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de herkenning van de verdachte door verbalisanten. Het tweede cassatiemiddel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring.
2.2
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2025.