Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:12

2025-01-07 Strafrecht 23/03575
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-01-07
Publicatiedatum
2024-12-18
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/03575
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/162

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Pedojacht in Hilversum. Openlijke geweldpleging, 141.1 Sr. 1. Beroep op ontbreken van wederrechtelijkheid o.g.v. burgeraanhouding a.b.i. art. 53 Sv. Kon hof oordelen dat verdachte niet enkel tot doel had aangever over te dragen aan opsporingsambtenaar en dat het handelen van verdachte niet proportioneel was? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 15 dagen, waarvan 14 dagen voorwaardelijk, en taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat art. 9a Sr moet worden toegepast, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/03547 en 23/03576.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.757 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/03575

Datum 7 januari 2025




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 september 2023, nummer 21-001360-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2025.