Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:1113

2025-07-08 Strafrecht 24/03430
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-07-08
Publicatiedatum
2025-07-07
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
24/03430
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/936

Inhoudsindicatie

Eendaadse samenloop van poging tot doodslag (art. 287 Sr) en zware mishandeling (art. 302.1 Sr) door in 2018 in Hulshorst n.a.v. eerdere opmerking midden in de nacht naar chalet van ander te gaan en die ander met kracht tegen zijn gezicht te trappen en te slaan, terwijl die ander op de grond ligt. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.528 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 24/03430

Datum 8 juli 2025




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 augustus 2024, nummer 21-002289-23, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P.T. Pel een schriftuur ingediend.



2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.