Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:107

2025-02-04 Strafrecht 23/04209
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-02-04
Publicatiedatum
2025-01-21
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
23/04209
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/280

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Economische zaak. Dodelijk arbeidsongeval met betonpompwagen in 2016 in Heerlen. Dood door schuld, begaan door rechtspersoon (art. 307.1 Sr). 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. gebruik van “tabel van Schwing” en mede daarop gebaseerde theoretische modellen en analyses voor bewijs, art. 359.2 Sv. 2. Bewijsklacht t.a.v. het opstellen van betonpompwagen zonder dat navraag was gedaan over draagvermogen van ondergrond en/of toegestane bodemdruk. 3. Bewijsklacht schuld. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over ontbreken van schuld door onvoorzienbaarheid van gevolgen, art. 359.2 Sv. 4. Bewijsklacht causaliteit. Kan uit bewijsmiddelen volgen dat t.g.v. verweten gedragingen een steunvoet van betonpompwagen wegzakte waardoor distributiemast naar beneden is geslagen en op slachtoffer terecht is gekomen die daardoor is overleden? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.698 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/04209 E

Datum 4 februari 2025




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, van 25 oktober 2023, nummer 21-001703-20, in de strafzaak



tegen




[verdachte] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.W. Noorduyn, advocaat in 's‑Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2025.