Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:107
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:107 → ECLI:NL:GHARL:2023:8975
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:107 → ECLI:NL:PHR:2024:1270
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Dodelijk arbeidsongeval met betonpompwagen in 2016 in Heerlen. Dood door schuld, begaan door rechtspersoon (art. 307.1 Sr). 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. gebruik van “tabel van Schwing” en mede daarop gebaseerde theoretische modellen en analyses voor bewijs, art. 359.2 Sv. 2. Bewijsklacht t.a.v. het opstellen van betonpompwagen zonder dat navraag was gedaan over draagvermogen van ondergrond en/of toegestane bodemdruk. 3. Bewijsklacht schuld. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over ontbreken van schuld door onvoorzienbaarheid van gevolgen, art. 359.2 Sv. 4. Bewijsklacht causaliteit. Kan uit bewijsmiddelen volgen dat t.g.v. verweten gedragingen een steunvoet van betonpompwagen wegzakte waardoor distributiemast naar beneden is geslagen en op slachtoffer terecht is gekomen die daardoor is overleden? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2025:332 Parket bij de Hoge Raad 18-03-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:329 Parket bij de Hoge Raad 18-03-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (1.698 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/04209 E
Datum 4 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, van 25 oktober 2023, nummer 21-001703-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.W. Noorduyn, advocaat in 's‑Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2025.