Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:1007

2025-07-01 Strafrecht 23/04285
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-07-01
Publicatiedatum
2025-06-26
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/04285
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/863 | JIN 2025/108 met annotatie van mr. C. van Oort

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Poging tot doodslag door in 2021 in Velsen-Noord op 6 meter afstand 3 schoten te lossen op bestuurder van auto, art. 287 Sr. Bewijsklachten opzet. Bestond aanmerkelijke kans op dood en heeft verdachte die kans bewust aanvaard? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.715 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/04285

Datum 1 juli 2025




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 oktober 2023, nummer 23-002790-22, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.T.E. Vis bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.L.J. van Strien als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2025.