Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:971

2024-07-09 Strafrecht 23/04103
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-07-09
Publicatiedatum
2024-06-27
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 80a RO-zaken
Zaaknummer
23/04103
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/796

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Gekwalificeerde doodslag op Haagse rugbyster door in 2021 in ‘s-Gravenhage een vrouw van haar fiets te trekken en in haar hals te steken om zo haar aanranding in de bosjes makkelijker te maken (art. 288 jo. 246 Sr) en vervolgens haar lichaam met benzine te overgieten en haar in brand te steken teneinde sporen te wissen (art. 151 Sr). TBS met dwangverpleging opgelegd. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.533 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/04103

Datum 9 juli 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 oktober 2023, nummer 22-001664-22, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat in Rotterdam, een schriftuur ingediend.



2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2024.