Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:939

2024-06-25 Strafrecht 23/03345
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-06-25
Publicatiedatum
2024-06-24
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/03345
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/705

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op bankrekening onder klaagster (rechtspersoon) met het oog op een aan medebestuurder van klaagster op te leggen ontnemingsmaatregel en/of geldboete t.z.v. verdenking van witwassen. Anderbeslag ex art. 94a.4 Sv. 1. Beroep op onschuldpresumptie a.b.i. art. 6.2 EVRM. 2. Rechtsgeldigheid titel om beslag te executeren. 3. Heeft Rb de maatstaf van art. 94a.4 Sv toegepast? 4. Proportionaliteit en subsidiariteit van voortzetting van beslag. Kon Rb oordelen dat anderbeslag t.l.v. klaagster niet strijdig is met beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.817 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/03345 B

Datum 25 juni 2024




BESCHIKKING




op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 1 augustus 2023, nummer RK 23/010493, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend



door




[klaagster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de klaagster.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft A.A. Kan, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2024.