Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:801
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:801 → ECLI:NL:PHR:2024:337
Inhoudsindicatie
Caribische zaak. Passieve ambtelijke omkoping door als parlementslid in Sint Maarten politieke steun te verlenen aan baggerproject in haven van Sint Maarten in ruil voor USD 370.000 (art. 379 SrNA (oud)), witwassen, meermalen gepleegd (art. 435a.1.b SrNA (oud)) en belastingfraude (art. 49 Algemene Landsverordening Landsbelastingen). 1. Bewijsklachten ambtelijke omkoping. 2. Bewijsklachten witwassen. 3. Ontvankelijkheid van OM in de vervolging van belastingfraude, art. 55.2 ALL. 4. Bewijsklachten belastingfraude. 5. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof oordelen dat geen sprake is van overschrijding van redelijke termijn gelet op COVID-19-pandemie (overheidsmaatregelen ter bestrijding van coronavirus)? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/02491 C.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.811 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 22/04049 C
Datum 4 juni 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 21 juni 2022, nummer H 09/2020, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat in Valkenswaard, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juni 2024.