Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:73
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:73 → ECLI:NL:PHR:2023:1161
Inhoudsindicatie
Medeplegen vervoeren van harddrugs (art. 2.B Opiumwet), medeplegen uitvoer van harddrugs naar Duitsland (art. 2.A Opiumwet) en eenvoudig witwassen van geldbedrag (€ 25.760) (art. 420bis Sr). 1. Afwijzing van een ttz. in hoger beroep gedaan voorwaardelijk verzoek tot horen van getuige (die in Ironchat (PGP) gesprekken met medeverdachte communiceerde over drugstransport waarbij verdachte de koerier was), op de grond dat horen van deze getuige niet noodzakelijk is, nu hof zich gelet op inhoud van dossier voldoende geïnformeerd acht. 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 48 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk). Wekt strafoplegging verbazing gelet op gewijzigde bewezenverklaring in h.b. en argumentatie van raadsman? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.950 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 22/03749
Datum 23 januari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 oktober 2022, nummer 21-001666-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Michels, advocaat te Oldenzaal, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan in een mate die de Hoge Raad gepast zal voorkomen, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2024.