Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:708

2024-05-17 Civiel recht; Goederenrecht 23/02272
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-05-17
Publicatiedatum
2024-05-16
Rechtsgebied
Civiel recht; Goederenrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/02272
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/533

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Recht van hypotheek. Erfpacht. Uitleg erfpachtakte.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.560 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER






Nummer 23/02272

Datum 17 mei 2024




ARREST




In de zaak van




[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J. de Jong van Lier,



tegen


1. COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
2. RABO GROEN BANK B.V.,

gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: Rabobank c.s.,
advocaat: T.T. van Zanten.





1Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/692168 / HA ZA 20-1091 van de rechtbank Amsterdam van 10 maart 2021 en 16 juni 2021;
b. de arresten in de zaak 200.300.177/01 van het gerechtshof Amsterdam van 12 oktober 2021 en 28 maart 2023.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 28 maart 2023 beroep in cassatie ingesteld.
Rabobank c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Rabobank c.s. mede door E.E. Neele.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.





2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).




3Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank c.s. begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.






Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 mei 2024.