Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:7

2024-01-09 Strafrecht 21/05182
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-01-09
Publicatiedatum
2024-01-10
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
21/05182
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen hennepteelt (art. 3.B Opiumwet), meermalen gepleegd. 1. Bewijsklacht medeplegen. Volgt intellectuele en/of materiële bijdrage van voldoende gewicht uit bewijsvoering? 2. Overschrijding redelijke termijn in hoger beroep. Is 16-maandentermijn of 2-jaarstermijn van toepassing, nu verdachte zich in verband met zaak in voorlopige hechtenis bevond? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/05222 en 21/05100 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.379 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/05182

Datum 9 januari 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 3 december 2021, nummer 22-003626-14, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, S. van den Akker en M.J. van Berlo, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.



4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 januari 2024.