Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:695
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2024:695 → ECLI:NL:GHARL:2022:8400
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:695 → ECLI:NL:PHR:2024:360
Inhoudsindicatie
Ontucht, meermalen gepleegd (art. 245 Sr), verkrachting (art. 242 Sr), gebruik van verborgen camera in woning (art. 139f Sr) en gewoonte maken van vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno (art. 240b.2 Sr). 1. Bewijsklacht ontucht en verkrachting. Heeft hof omstandigheden redengevend geacht voor bewezenverklaring zonder met voldoende mate van nauwkeurigheid bewijsmiddelen aan te geven waaraan het deze heeft ontleend? 2. Bewijsklacht ontucht. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster over haar leeftijd, art. 359.2 Sv. 3. Bewijsklacht verkrachting. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 4. Bewijsklacht verkrachting. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. redengevendheid van beeldmateriaal voor dwang, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.841 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 22/03642
Datum 14 mei 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 september 2022, nummer 21-002596-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat in Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 mei 2024.