Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:692

2024-05-14 Strafrecht 23/02386
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-05-14
Publicatiedatum
2024-05-10
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/02386
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/549

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Witwassen van auto, horloge en kleding (art. 420bis.1.b Sr) en eenvoudig witwassen van geldbedrag (€ 1.400) (art. 420bis.1 Sr). Bewijsklacht. Zijn goederen en geldbedrag afkomstig uit enig (eigen) misdrijf? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.747 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/02386

Datum 14 mei 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 juni 2023, nummer 23-001686-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.R. Kops, advocaat in Breukelen UT, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 mei 2024.