Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:548

2024-04-16 Strafrecht 23/01908
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-04-16
Publicatiedatum
2024-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
23/01908
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/498

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen poging tot doodslag door in 2021 in Meppel onder invloed van grote hoeveelheid sterke drank in hal van woning van ander met hamer tegen zijn hoofd te slaan, met mes in zijn gezicht te steken en tegen zijn lichaam te schoppen en te slaan, art. 287 Sr. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.631 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/01908

Datum 16 april 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 mei 2023, nummer 21-000661-22, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.J.W. Tijkotte, advocaat te Koog aan de Zaan, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.



2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2024.