Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:536

2024-04-05 Civiel recht 23/01400
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-04-05
Publicatiedatum
2024-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/01400
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/418

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid bindend adviseur die opdrachtgevers niet heeft gehoord over extern ingewonnen advies?

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.594 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER






Nummer 23/01400

Datum 5 april 2024




ARREST




In de zaak van




[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J.H.M. van Swaaij,



tegen


1. [verweerster 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerder 2],

wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: M.S. van der Keur.





1Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/08/254038 / HA ZA 20-373 van de rechtbank Overijssel van 28 oktober 2020 en 14 juli 2021;
b. de arresten in de zaak 200.298.411/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 maart 2022 en 10 januari 2023.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 10 januari 2023 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.





2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).




3Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.





Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 5 april 2024.