Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:445

2024-04-16 Strafrecht 22/01663
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-04-16
Publicatiedatum
2024-03-15
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/01663
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/485

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Groepsbelediging van moslims door uitlating “What you need to do is understand how dangerous moslims are. Moslims are not good people”, art. 137c.1 Sr. Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten dat uitlatingen van verdachte geen belediging in de zin van art. 137c Sr opleveren, omdat verdachte een geslaagd beroep toekomt op vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/02208 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.731 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/01663

Datum 16 april 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 april 2022, nummer 21-003506-20, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Visscher, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2024.