Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:425

2024-03-15 Civiel recht 22/04898
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-03-15
Publicatiedatum
2024-03-15
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/04898
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2024/729 | RvdW 2024/308 | V-N 2024/19.25 met annotatie van Redactie | Belastingblad 2024/167 met annotatie van L.J. Boone

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Overheidsaansprakelijkheid. Onrechtmatige rechtspraak. Europees recht. Vordering verklaring voor recht dat Staat der Nederlanden onrechtmatig heeft gehandeld door arrest van Hoge Raad. Rechtbank en hof hebben deze vordering afgewezen. Onder meer klacht dat Hoge Raad in zijn arrest gemotiveerd inhoudelijk oordeel had moeten geven over stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (5)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.067 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER






Nummer 22/04898

Datum 15 maart 2024




ARREST




In de zaak van




[eiser],
wonende te [woonplaats], Italië,
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiser],
advocaat: A.H. Vermeulen,



tegen



DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid),
zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: de Staat,
advocaat: S.M. Kingma.





1Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 7670750 RL EXPL 19-8141 van de rechtbank Den Haag van 19 maart 2020;
b. het arrest in de zaak 200.282.734/02 van het gerechtshof Den Haag van 11 oktober 2022.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staat heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor de Staat toegelicht door zijn advocaat, en mede door M.E.A. Möhring.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.





2Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat enige klacht van het principale beroep gericht tegen rov. 5.14 van het bestreden arrest slaagt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.





3Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.





Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 15 maart 2024.