Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:408

2024-03-19 Strafrecht 23/02496
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-03-19
Publicatiedatum
2024-03-14
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/02496
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/381

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag o.g.v. art. 5.1.11 jo 552a Sv, beslag ex art. 94 Sv op diverse goederen onder klaagster (fabrikant van chemische producten) en haar eigenaar n.a.v. rechtshulpverzoeken van Amerikaanse autoriteiten. 1. Afwijzing verzoek om onderliggende rechtshulpverzoeken alsnog te verstrekken, op de grond dat belang van onderzoek (in verzoekende staat) ernstig zou worden geschaad als Rb zou besluiten rechtshulpverzoeken wel te verstrekken. 2. Motivering beslissing tot ongegrondverklaring beklag. Is voldaan aan vereiste van dubbele strafbaarheid? HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2024:89. Samenhang met 23/02495 Br en 23/02497 Br, en met HR:2024:81, HR:2024:80 en HR:2024:78.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.910 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/02496 Br

Datum 19 maart 2024




BESCHIKKING




op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2023, nummer RK 23/000523, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.1.11 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend



door




[klaagster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de klaagster.





1Verdere procesverloop in cassatie

De Hoge Raad heeft bij beschikking van 30 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:89, het door de klaagster ingestelde cassatieberoep ontvankelijk verklaard en de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de cassatiemiddelen.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 maart 2024.