Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:324

2024-03-12 Strafrecht 23/00666
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-03-12
Publicatiedatum
2024-03-06
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
23/00666
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/337

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen veroorzaken van ontploffing door schuld in portiekwoning (art. 158.1 en 158.2 Sr). Bewijsklachten t.a.v. keuze uit alternatieven in tll., innerlijke tegenstrijdigheid, gevaar voor personen en aanmerkelijke onvoorzichtigheid. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/00623.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.764 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/00666

Datum 12 maart 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 februari 2023, nummer 21-003002-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 maart 2024.