Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:310

2024-03-05 Strafrecht 22/01474
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-03-05
Publicatiedatum
2024-03-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/01474
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/296

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Uitkeringsfraude door gedurende periode van ruim 10 jaren met ex-man en (meerderjarige) kinderen gezamenlijke huishouding te voeren en na te laten juiste inlichtingen over haar woonsituatie te verstrekken aan gemeente, art. 227b Sr. 1. Bewijsklachten t.a.v. “gezamenlijke huishouding” met ex-man en “medebewoning” van kinderen. 2. Kwalificatieklacht, art. 17 Wet werk en bijstand (oud) en art. 17 Participatiewet. Levert bewezenverklaarde m.b.t. “medebewoning” in periode waarin verdachte o.b.v. WWB (oud) recht had op uitkering een strafbaar feit op, nu “medebewoning” in die periode geen feit of omstandigheid was waarvan redelijkerwijs duidelijk moest zijn dat dit of deze van invloed kon zijn op uitkering van verdachte? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.895 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/01474

Datum 5 maart 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 15 april 2022, nummer 23-002356-20, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte en D.W.E. Sternfeld, advocaat in Amsterdam, hebben daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 maart 2024.