Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:259
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:259 → ECLI:NL:PHR:2024:67
Inhoudsindicatie
Vernieling (art. 350.1 Sr) en poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd (art. 302.1 Sr) door met zijn auto met aanzienlijke snelheid achteruit te rijden tegen een aantal stilstaande voertuigen en verlaten plaats ongeval (art. 7.1 WVW 1994). 1. Bewijsklacht. Heeft verdachte opzet gehad op toebrengen van zwaar lichamelijk letsel? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 6 maanden). Had hof verweer van raadsvrouw m.b.t. gezondheidssituatie van verdachte (darmkanker) moeten opvatten als uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de op te leggen straf a.b.i. art. 359.2 Sv? 3. Vordering benadeelde partij. Kon hof oordelen dat uit onderzoek ttz. voldoende is gebleken dat b.p. als gevolg van bewezenverklaard handelen (poging tot zware mishandeling) rechtstreeks schade heeft geleden? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.861 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 22/00737
Datum 27 februari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 februari 2022, nummer 21-001535-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D. Greven, advocaat te Borne, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij [benadeelde] heeft M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat in Arnhem, een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2024.