Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:228

2024-02-27 Strafrecht 21/04835
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-02-27
Publicatiedatum
2024-02-09
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
21/04835
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/269

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr) en medeplegen witwassen van door oplichting verkregen geldbedragen, meermalen gepleegd (art. 420bis.1.b Sr). 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM vanwege onzorgvuldige bewaring van inbeslaggenomen dragers van elektronische gegevens, waardoor niet de complete digitale administratie voor verdediging toegankelijk was. 2. Bewijsklacht oplichting m.b.t. samenweefsel van verdichtsels. Is hof uitgegaan van juiste betekenis van begrip ‘nazaat’ door aan te nemen dat daarin bloedverwantschap besloten ligt? 3. Bewijsklacht oplichting m.b.t. oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling. 4. Bewijsklacht witwassen. Diende hof bewijsmotivering op te nemen? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/04830, 21/04832, 21/04834 en 21/04841.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.452 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/04835

Datum 27 februari 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 november 2021, nummer 22-002657-13, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde geheel voorwaardelijke geldboete van € 10.000, subsidiair 85 dagen hechtenis, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.



4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2024.