Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:204

2024-02-09 Bestuursrecht; Belastingrecht 22/01082
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-02-09
Publicatiedatum
2024-02-08
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/01082
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NDFR Nieuws 2024/262 | NTFR 2024/300 | V-N Vandaag 2024/346 | V-N 2024/10.28.3 | Viditax (FutD) 2024020907 | FutD 2024-0363

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.218 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER






Nummer 22/01082

Datum 9 februari 2024




ARREST



in de zaak van



de erfgenamen van [A] (hierna: belanghebbenden)



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 februari 2022, nr. 21/00066, op het hoger beroep van de Inspecteur en het incidentele hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 19/2014) betreffende de aan [A] voor het jaar 2016 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.






1Geding in cassatie

Belanghebbenden, vertegenwoordigd door H. Aukema, hebben tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbenden hebben een conclusie van repliek ingediend.




2Beoordeling van de klachten
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2024.



ECLI:NL:GHARL:2022:1087.