Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:1877
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:1877 → ECLI:NL:PHR:2024:1218
Inhoudsindicatie
Medeplegen aanwezig hebben van grote hoeveelheid hennepplanten (3.C Opiumwet) en medeplegen diefstal van stroom t.b.v. hennepkwekerij (art. 311.1.4 Sr). Bewijsklacht medeplegen diefstal van stroom. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Betrokkenheid verdachte bij de teelt van hennep brengt op zichzelf nog niet mee dat verdachte zich ook schuldig maakt aan het opzettelijk wegnemen van elektriciteit, ook al weet hij wat zich in zijn pand afspeelt. Hof heeft in bewijsvoering geen zelfstandige aandacht besteed aan diefstal van elektriciteit. Niet blijkt van concrete gedragingen van verdachte waaruit zijn betrokkenheid bij hennepteelt volgt, terwijl hof de verdachte heeft vrijgesproken van (medeplegen) hennepteelt. Bewezenverklaring kan, v.zv. die inhoudt dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen elektriciteit heeft weggenomen, dan ook niet uit bewijsvoering worden afgeleid en is daarom onvoldoende gemotiveerd. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.242 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 22/01769
Datum 17 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 april 2022, nummer 21-003499-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben K. Renssen en S.W. Teuwen, beiden advocaat in 's-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit, de beslissing op de vordering van de benadeelde partij, en de strafoplegging, waaronder de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en tot terugwijzing van de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van de onder 2 tenlastegelegde diefstal door twee of meer verenigde personen.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2024.