Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:1874
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:1874 → ECLI:NL:PHR:2024:1395
Inhoudsindicatie
Lokaalvredebreuk door politiebureau op vordering van politieambtenaar niet te verlaten, art. 139.1 Sr. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.b Sv. Zijn e-mailbericht van raadsman en brief van verdachte om cassatieberoep in te stellen binnen cassatietermijn bij hof ingekomen? 2. Ontbrekend uitgewerkt p-v van tz. in hoger beroep (art. 327a.3 Sv) en ontbrekende bewijsmiddelen (art. 359.3 en 359.8 Sv). Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG is beroep ontvankelijk. CAG: E-mailbericht van raadsman is op laatste dag van cassatietermijn maar na sluitingstijd griffie hof (om 19:24 uur) bij griffie binnengekomen. Uit poststempel dat op brief van verdachte is geplaatst die in cassatie is overgelegd in samenhang met brief die zich bij stukken van geding bevindt, kan voldoende steun worden afgeleid voor gang van zaken die steller van middel in schriftuur uiteenzet. Dat betekent dat brief binnen cassatietermijn bij medewerker van paleis van justitie is binnengekomen. Deze brief kan niet anders worden verstaan dan als uiting van wens van verdachte om tegen arrest hof cassatieberoep in te stellen en moet worden opgevat als bijzondere volmacht a.b.i. art. 450.1.b Sv verleend aan medewerker griffie (art. 450.3 Sv). Dat brief van verdachte, zoals uit brief van hof kan worden afgeleid, pas buiten termijn op griffie hof is beland, mag niet voor rekening van verdachte komen. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Bij de door hof aan HR gezonden stukken bevinden zich geen uitgewerkt p-v van de in h.b. gehouden tz. en aanvulling met b.m. Redenen waarom uitwerking achterwege is gebleven kunnen uit de door voorzitter hof ondertekende brief worden afgeleid (cassatieberoep zou te laat zijn ingesteld). Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.066 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 22/03632
Datum 17 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 15 september 2022, nummer 22-002908-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en van het cassatiemiddel
Het cassatieberoep is tijdig ingesteld, zodat het beroep ontvankelijk is. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. Daaruit volgt ook dat het cassatiemiddel – dat klaagt dat het hof in strijd met artikel 327a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering heeft volstaan met het opmaken van een verkort proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep en dat het hof zijn verkorte uitspraak niet heeft aangevuld met de bewijsmiddelen die het hof heeft gebruikt – terecht is voorgesteld.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2024.