Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:186

2024-02-13 Strafrecht 22/04421
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-02-13
Publicatiedatum
2024-02-06
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/04421
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/248

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Doodslag op echtgenote in 2010 in Siddeburen (art. 287 Sr) en wegmaken van lijk (art. 151 Sr). 1. Bewijsklacht doodslag. Kan uit bewijsmiddelen worden afgeleid dat echtgenote is overleden, dat verdachte daarin de hand heeft gehad en dat overlijden is veroorzaakt door uitoefenen van geweld op haar hoofd en/of lichaam? 2. Bewijsklacht opzet op dood echtgenote. 3. Bewijsklacht wegmaken van lijk. Heeft hof uit bewijsvoering kunnen afleiden dat verdachte het lichaam van echtgenote heeft weggemaakt om sporen van levensberoving uit te wissen en te verhullen en onderzoek naar haar verdwijning te bemoeilijken? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.754 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/04421

Datum 13 februari 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 november 2022, nummer 21-001720-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 februari 2024.