Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:183

2024-02-06 Strafrecht 22/02767
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-02-06
Publicatiedatum
2024-02-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/02767
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/217

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Mishandeling van zijn dochtertje, gedurende periode van ruim 4 jaar door haar met kracht tegen lichaam te slaan, schoppen en knijpen, meermalen gepleegd (art. 300.1 jo. 304.1 (oud) Sr), seksueel misbruik van 10- of 11-jarig vriendinnetje van dochter dat bij hen thuis logeerde (art. 244 Sr) en bezit kinderporno (art. 240b.1 Sr). 1. Bewijsklacht mishandeling. 2. Bewijsklacht seksueel misbruik. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. betrouwbaarheid verklaringen van aangeefster, art. 359.2 Sv. 3. Vordering benadeelde partij en opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Dient vordering b.p. te worden gematigd gelet op bedragen die in vergelijkbare gevallen worden toegekend? 4. Bewijsklacht pleegperiode bezit kinderporno. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.748 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/02767

Datum 6 februari 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 juli 2022, nummer 22-003273-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2024.