Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:181

2024-02-06 Strafrecht 22/00461
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-02-06
Publicatiedatum
2024-02-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/00461
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/212

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verkopen, verstrekken en vervoeren van cocaïne, meermalen gepleegd (art. 2.B Opiumwet). Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van “aangetroffen wikkels en opgenomen telefoonverkeer” dan wel strafvermindering m.b.t. telefoontap en observatie, art. 359a Sv. 1. Heeft hof toereikend gemotiveerd beslist dat RC in redelijkheid kon oordelen dat sprake was van verdenking a.b.i. art. 126m.1 Sv, terwijl hof niet beschikte over het aan oordeel van RC ten grondslag liggende p-v? 2. Kon hof volstaan met constatering dat niet tijdig op schrift stellen van mondelinge machtiging door RC een onherstelbaar vormverzuim oplevert? 3. Kon hof oordelen dat uitgevoerde observaties niet geschikt zijn geweest om van bepaalde aspecten van persoonlijk leven van verdachte een min of meer compleet beeld te verkrijgen? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.752 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/00461

Datum 6 februari 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 februari 2022, nummer 23-000727-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2024.