Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:1806
2024-12-06
Civiel recht
24/00114
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2024:1806 → ECLI:NL:GHAMS:2023:2623
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:1806 → ECLI:NL:PHR:2024:1052
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht; rentederivaat. Schending zorgplicht, wanprestatie, onrechtmatige daad, nalaten informatieverstrekking over renteverwachting bank en bestaan negatieve waarde bij sluiten tweede swap. Advisering, gepersonaliseerde aanbevelingen. Nieuwe renteswap of herstructurering oude swap, aanvullen feitelijke grondslag, art. 24 Rv. Bevrijdende verjaring, korte termijn art. 3:310 BW.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.459 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00114
Datum 6 december 2024
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: P.J. Tanja,
tegen
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ING,
advocaten: B.F.L.M. Schim en F.E. Vermeulen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/675537 / HA ZA 19-1215 van de rechtbank Amsterdam van 15 juli 2020 en 3 februari 2021;
b. het arrest in de zaak 200.296.180/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 oktober 2023.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ING heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eiser] mede door M.W. Bakker en voor ING mede door K.W.G. Heesterbeek.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 december 2024.
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00114
Datum 6 december 2024
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: P.J. Tanja,
tegen
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ING,
advocaten: B.F.L.M. Schim en F.E. Vermeulen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/675537 / HA ZA 19-1215 van de rechtbank Amsterdam van 15 juli 2020 en 3 februari 2021;
b. het arrest in de zaak 200.296.180/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 oktober 2023.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ING heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eiser] mede door M.W. Bakker en voor ING mede door K.W.G. Heesterbeek.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 december 2024.