Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:1768

2024-12-03 Strafrecht 23/01164
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-12-03
Publicatiedatum
2024-11-28
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/01164
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/80

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Ontucht, meermalen gepleegd (art. 245 (oud) Sr) met 3 13-jarige/14-jarige/15-jarige meisjes door 19-jarige verdachte nadat 2 van de 3 meisjes in de avonduren ouderlijke woning hebben verlaten, niet meer terugkeerden en geen contact met hen kon worden gelegd waarna zoekactie is opgestart, en bezit van kinderporno (art. 240b.1 (oud) Sr). 1. Beroep op afwezigheid van alle schuld m.b.t. leeftijd van minderjarige slachtoffers. Kon hof oordelen dat verdachte tekort is geschoten in zijn onderzoeksplicht om werkelijke leeftijd van betrokken minderjarigen te achterhalen? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 45 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk) . Kon hof bij het bepalen van strafduur in aanmerking nemen dat verdachte misbruik heeft gemaakt van kwetsbare situatie waarin 2 meisjes zich bevonden omdat zij van huis waren weggelopen, zich in onbekende stad bevonden en door hun ouders en door politie werden gezocht? 3. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. bewezenverklaring van ontucht van derde slachtoffer en bezit van kinderporno, art. 359.2 Sv. 4. Vordering benadeelde partij t.z.v. materiële schade strekkende tot vergoeding van kosten studievertraging, art. 51f.1 Sr. Kon hof oordelen “dat is voldaan aan vereiste causaliteit tussen gebeurtenis en ontstane schade”? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/01047.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.742 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/01164

Datum 3 december 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 maart 2023, nummer 20-000531-22, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.W.L.A.M. Koppen, advocaat in Eindhoven, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 december 2024.