Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:1733
2024-12-17
Strafrecht
23/04133
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:1733 → ECLI:NL:PHR:2024:1043
Inhoudsindicatie
Diefstal (art. 310 Sr) en opzetheling (art. 416.1.a Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 1 week), art. 359.6 Sv. Heeft hof in het bijzonder redenen opgegeven die hebben geleid tot opleggen van onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: V.zv. middel klaagt dat hof oplegging van onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet heeft gemotiveerd overeenkomstig art. 359.6 Sv is het terecht voorgesteld. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing. Samenhang met 23/04243.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2025:1161 Parket bij de Hoge Raad 04-11-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.114 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04133
Datum 17 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 oktober 2023, nummer 21-002525-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A. Darrazi, advocaat in Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven die hebben geleid tot het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt in zoverre. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 1, 6, 7 en 12. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2024.
STRAFKAMER
Nummer 23/04133
Datum 17 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 oktober 2023, nummer 21-002525-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A. Darrazi, advocaat in Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven die hebben geleid tot het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt in zoverre. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 1, 6, 7 en 12. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2024.