Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:1697
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2024:1697 → ECLI:NL:GHSHE:2023:2356
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:1697 → ECLI:NL:PHR:2024:950
Inhoudsindicatie
Poging tot doodslag (art. 287 Sr), poging tot afpersing (art. 317.1 Sr) in eendaadse samenloop gepleegd met bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (art. 285.1 Sr) en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (art. 285.1 Sr). 1. Afwijzing van verzoek om tegenonderzoek te laten verrichten naar vraag of kans aanmerkelijk is dat slachtoffer dodelijk zou worden getroffen door afgeketste kogel. 2. Bewijsklachten poging tot doodslag. Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten over opzet op dood van slachtoffer, art. 359.2 Sv. 3. Noodweer t.a.v. poging tot doodslag en bedreiging, art. 41.1 Sr. 4. Bewijsklacht poging tot afpersing. Heeft verdachte het oogmerk gehad zichzelf (en dus niet een ander) wederrechtelijk te bevoordelen? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:GHSHE:2025:3659 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-12-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (1.690 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/02845
Datum 19 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 juli 2023, nummer 20-000236-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T. Straten, advocaat in Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 november 2024.