Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:1645
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2024:1645 → ECLI:NL:GHDHA:2023:2938
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:1645 → ECLI:NL:PHR:2024:943
Inhoudsindicatie
Ontucht met 9-jarig/13-jarig meisje door 22-jarige/26-jarige huisvriend van familie, art. 244 (oud) en 245 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Had hof gelet op vrijspraak in e.a. moeten nagaan of procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft geoordeeld dat tlgd. ontuchtige handelingen wel kunnen worden bewezen, omdat verklaring van aangeefster steun vindt in verklaringen van anderen. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en ook in het licht van art. 342.2 Sv toereikend gemotiveerd. Ook argument dat hof ambtshalve nader onderzoek in had moeten stellen (art. 316 jo. art. 415 Sv) treft geen doel. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat dit niet noodzakelijk is en dit is niet onbegrijpelijk. Er is geen sprake van schending van art. 6 EVRM. Volgt verwerping.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.528 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/01450
Datum 26 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 april 2023, nummer 22-003555-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.R. Mantz, advocaat in Den Haag, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel komt op tegen de bewezenverklaring van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2024.