Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:1590

2024-11-12 Strafrecht 23/02421
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-11-12
Publicatiedatum
2024-11-07
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/02421
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/1140

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit mensensmokkel. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 (oud) Sr. 1. Gebruikte maatstaf bij kasopstelling. Kon hof oordelen dat bedrag van € 13.700 niet in mindering wordt gebracht op vastgesteld voordeel van € 52.110? 2. Motivering schatting w.v.v. Kon hof bedrag van € 1.000 weglaten uit eenvoudige kasopstelling? 3. Motivering schatting w.v.v. Is vaststelling w.v.v. begrijpelijk gelet op hetgeen verdediging heeft aangevoerd over het bestaan van leningen? 4. Overschrijding redelijke termijn in feitelijke aanleg. Kon hof volstaan met constatering dat redelijke termijn is overschreden, nu daarmee in strafzaak al rekening is gehouden? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.853 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/02421 P

Datum 12 november 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 juni 2023, nummer 20-004022-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste



van




[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de betrokkene.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de betrokkene en H. Brentjes, advocaat in Utrecht, hebben daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2024.