Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:1559
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2024:1559 → ECLI:NL:GHDHA:2023:2936
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:1559 → ECLI:NL:PHR:2024:880
Inhoudsindicatie
Schietpartij n.a.v. drugsdeal in 2020 in Den Haag. Poging tot doodslag op beoogde wietleverancier en op medewerkster van eethuis (art. 287 Sr) en vernieling van ruit en televisie (art. 350.1 Sr). 1. Noodweer, proportionaliteitseis. Kon hof oordelen dat het schieten door verdachte buitenproportioneel is geweest gelet op dreiging die ongewapend slachtoffer voor verdachte vormde en omstandigheid dat er minder extreme alternatieven voorhanden waren? 2. Noodweerexces, art. 41.2 Sr. Kon hof oordelen dat het niet aannemelijk is geworden dat het schieten door verdachte het gevolg was van hevige gemoedsbeweging, op de grond dat verdachte tijdens schieten weliswaar opgewonden en gestrest was maar dat dit onvoldoende is om aan te nemen dat hevige gemoedsbeweging bestond? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2025:832 Parket bij de Hoge Raad 02-09-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.587 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/00269
Datum 5 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 januari 2023, nummer 22-003766-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch alleen wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zes jaren.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze vijf jaren en negen maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 november 2024.