Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:1543
2024-10-25
Civiel recht
23/03894
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2024:1543 → ECLI:NL:GHDHA:2023:1239
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:1543 → ECLI:NL:PHR:2024:933
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Uitleg polisvoorwaarden. Vraag of verzekering dekking biedt voor schade door corrosieproces in motortankschip. Onbegrijpelijk oordeel dat inwerking gedurende enkele vaarten en/of weken ‘evident geleidelijk’ is? Onbegrijpelijk oordeel dat geleidelijke inwerking niet ook plotselinge hevige uiting is als bedoeld in insluitingsclausule? Essentiële stellingen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.481 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/03894
Datum 25 oktober 2024
ARREST
In de zaak van
[de V.O.F.],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [de V.O.F.],
advocaat: S.L. Haanschoten,
tegen
E.O.C. ONDERLINGE SCHEPENVERZEKERING U.A.,
gevestigd te Meppel,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: EOC,
advocaten: G.C. Nieuwland en P.J. Tanja.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/10/591728 / HA ZA 20-198 van de rechtbank Rotterdam van 3 november 2021;
b. de arresten in de zaak 200.306.930/01 van het gerechtshof Den Haag van 8 maart 2022 en 11 juli 2023.
[de V.O.F.] heeft tegen het arrest van het hof van 11 juli 2023 beroep in cassatie ingesteld.
EOC heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor EOC toegelicht door haar advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de V.O.F.] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van EOC begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de V.O.F.] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 25 oktober 2024.
CIVIELE KAMER
Nummer 23/03894
Datum 25 oktober 2024
ARREST
In de zaak van
[de V.O.F.],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [de V.O.F.],
advocaat: S.L. Haanschoten,
tegen
E.O.C. ONDERLINGE SCHEPENVERZEKERING U.A.,
gevestigd te Meppel,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: EOC,
advocaten: G.C. Nieuwland en P.J. Tanja.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/10/591728 / HA ZA 20-198 van de rechtbank Rotterdam van 3 november 2021;
b. de arresten in de zaak 200.306.930/01 van het gerechtshof Den Haag van 8 maart 2022 en 11 juli 2023.
[de V.O.F.] heeft tegen het arrest van het hof van 11 juli 2023 beroep in cassatie ingesteld.
EOC heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor EOC toegelicht door haar advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de V.O.F.] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van EOC begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de V.O.F.] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 25 oktober 2024.