Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:1512

2024-11-05 Strafrecht 22/01950
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-11-05
Publicatiedatum
2024-10-18
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/01950
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2024-0269 | RvdW 2024/1078

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Witwassen van geldbedragen, art. 420bis.1.b Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt het middel. CAG: Klacht dat hof in bewezenverklaring geen keuze heeft gemaakt tussen (opzet)witwassen en schuldwitwassen, leidt niet tot cassatie doordat bewezenverklaring verbeterd kan worden gelezen. Klacht dat ‘verwerven’ van de aangetroffen geldbedragen niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid, leidt evenmin tot cassatie omdat hof ook ‘voorhanden hebben’ bewezen heeft verklaard. Klacht dat hof een door het hof als leugenachtig of ongeloofwaardig aangemerkte verklaringen voor het bewijs heeft gebruikt, leidt niet tot cassatie omdat als deze verklaringen worden weggedacht, de bewezenverklaring nog steeds toereikend zou zijn gemotiveerd. Volgt verwerping.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.877 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/01950

Datum 5 november 2024.




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 mei 2022, nummer 21-005976-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.




2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde witwassen.


3.2
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 15 tot en met 26.




4Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 38 maanden.



5Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 37 maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.




Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 november 2024.