Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:1500
2024-10-22
Strafrecht
24/01191
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:1500 → ECLI:NL:PHR:2024:968
Inhoudsindicatie
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Turkse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. medeplegen moord op zijn werkgever en diens chauffeur. 1. Verweer dat uitlevering ontoelaatbaar moet worden verklaard o.g.v. dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM, nu opgeëiste persoon aanhanger is van Gülenbeweging. 2 Verzoek tot aanhouding van behandeling van uitleveringsverzoek teneinde inzage in telefoon van opgeëiste persoon te kunnen krijgen. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2026:190 Parket bij de Hoge Raad 03-03-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:170 Parket bij de Hoge Raad 11-02-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (1.692 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/01191 U
Datum 22 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 maart 2024, nummer […] , op verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de opgeëiste persoon.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft [de advocaat], bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2024.
STRAFKAMER
Nummer 24/01191 U
Datum 22 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 maart 2024, nummer […] , op verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de opgeëiste persoon.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft [de advocaat], bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2024.