Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:1456

2024-10-15 Strafrecht 22/03853
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-10-15
Publicatiedatum
2024-10-11
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/03853
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2024-0236 | RvdW 2024/997

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verkrachting, art. 242 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht t.a.v. gebruik voor bewijs van verklaringen van aangeefster. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: In tegenstelling tot wat is aangevoerd, heeft hof de verklaring van aangeefster niet onvoldoende betrouwbaar geacht, maar heeft het “terughoudendheid” betracht bij gebruik van die verklaring. Volgt verwerping.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.455 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/03853

Datum 15 oktober 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 oktober 2022, nummer 21-004097-20, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Palanciyan, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 4 tenlastegelegde.


2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.




3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2024.