Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:1451

2024-10-15 Strafrecht 22/02271
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-10-15
Publicatiedatum
2024-10-11
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/02271
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/992

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Gewelddadige overval in 2013 in Best op vestiging van geld- en waardetransportbedrijf door met explosieven toegangsdeur tot bedrijfsruimte te forceren, met vuurwapens bedrijfsruimte te betreden en met benzine brand te stichten aan en nabij in bedrijfsruimte aanwezige waardetransportauto, waarin zich 2 medewerkers hadden verschanst, en waarbij daders zijn gevlucht, terwijl vervolgens meermaals is geschoten op achtervolgende politieauto met 2 politieagenten (art. 312.2.2 Sr). Ontvankelijkheid cassatieberoep. Kan klacht dat bewezenverklaarde “niet (in voldoende mate) uit bewijsmiddelen kan volgen en/of hof (anders dan het had behoren te doen) niet in voldoende mate heeft gerespondeerd op zijdens verdediging aangevoerde uitdrukkelijk onderbouwde standpunten” worden aangemerkt als cassatiemiddel? Als cassatierechter onderzoekt HR alleen cassatiemiddelen a.b.i. wet. Als zodanig middel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak heeft gewezen. Als middel aangeduide klacht voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. Geen middelen ingediend, verdachte n-o.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.156 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/02271

Datum 15 oktober 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 juni 2022, nummer 20-000004-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.Th. Nooitgedagt, advocaat in Amsterdam, een schriftuur ingediend.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Als een zodanig cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.


2.2
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur met cassatiemiddelen heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering. Dat brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.




3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2024.