Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:14

2024-01-16 Strafrecht 22/03499
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-01-16
Publicatiedatum
2024-01-10
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/03499
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/140

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Caribische zaak. Moord door in 2018 in “truk'i pan” (foodtruck) in Curaçao gemaskerd met vuurwapen 3 kogels af te vuren op ander (art. 2:262 SrC) en voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 3.1 Vuurwapenverordening). Bewijsklachten. Gebruik voor bewijs van “de auditu”-verklaring van personen wier identiteit niet blijkt, bewijsmateriaal waarvan relevantie niet duidelijk is, onbetrouwbare getuigenverklaringen en materiaal waarvan inhoud en betekenis niet zijn terug te vinden in vonnis. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.840 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/03499 C

Datum 16 januari 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 15 september 2022, nummer H 40/2021, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Valkenswaard, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2024.