Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:1391
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2024:1391 → ECLI:NL:GHAMS:2022:3943 overig
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:1391 → ECLI:NL:PHR:2024:960
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen poging tot diefstal d.m.v. braak, art. 311.1 Sr. Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur bij stukken. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op grief in bijzondere schriftelijke volmacht tot instellen h.b., die aan akte h.b. is gehecht en zich bij stukken bevindt? HR: Om redenen vermeld in CAG is middel gegrond. CAG: Uit schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van h.b. van raadsvrouw van verdachte aan griffiemedewerker Rb, die aan “akte instellen h.b.” is gehecht, blijkt dat (anders dan hof heeft overwogen) namens verdachte wel degelijk (tijdig) appelschriftuur houdende een grief is ingediend. Daarom is ‘s hofs oordeel dat verdachte ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2025:929 Parket bij de Hoge Raad 20-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:936 Parket bij de Hoge Raad 20-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:476 Parket bij de Hoge Raad 22-04-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (1.777 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 22/03234
Datum 8 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 augustus 2022, nummer 23-001391-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.G.C. van Riet, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.
2.2
Het cassatiemiddel is gegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2024.