Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:1307
2024-09-27
Civiel recht
24/01071
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2024:1307 → ECLI:NL:GHDHA:2023:800
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:1307 → ECLI:NL:PHR:2024:865
Inhoudsindicatie
Niet-ontvankelijkheid in cassatie. Cassatieberoep niet tijdig ingesteld door indiening langs elektronische weg van een door een cassatieadvocaat ondertekende procesinleiding (art. 397 lid 1 Rv, art. 402 lid 1 Rv en art. 407 lid 1 Rv). Geen herstel verzuim binnen hersteltermijn.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.885 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01071
Datum 27 september 2024
ARREST
In de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: verzoekster,
tegen
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/KANTOOR DEN HAAG,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Ontvanger.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/578595/HA ZA 19-865 van de rechtbank Den Haag van 30 juni 2021;
b. het arrest in de zaak 200.303.956/01 van het gerechtshof Den Haag van 2 mei 2023.
Verzoekster heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot niet-ontvankelijkheid van verzoekster in haar cassatieberoep.
Verzoekster heeft niet binnen twee weken op die conclusie gereageerd. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om verzoekster daartoe alsnog in de gelegenheid te stellen.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid
Verzoekster is niet ontvankelijk in haar beroep op de gronden vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal onder 3.1-3.9.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar beroep.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 27 september 2024.
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01071
Datum 27 september 2024
ARREST
In de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: verzoekster,
tegen
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/KANTOOR DEN HAAG,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Ontvanger.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/578595/HA ZA 19-865 van de rechtbank Den Haag van 30 juni 2021;
b. het arrest in de zaak 200.303.956/01 van het gerechtshof Den Haag van 2 mei 2023.
Verzoekster heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot niet-ontvankelijkheid van verzoekster in haar cassatieberoep.
Verzoekster heeft niet binnen twee weken op die conclusie gereageerd. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om verzoekster daartoe alsnog in de gelegenheid te stellen.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid
Verzoekster is niet ontvankelijk in haar beroep op de gronden vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal onder 3.1-3.9.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar beroep.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 27 september 2024.