Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:13

2024-01-16 Strafrecht 22/00541
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-01-16
Publicatiedatum
2024-01-10
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/00541
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/134

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Bedreiging (meermalen gepleegd) door met tractor op voorbijgangers op pad bij zijn melkveebedrijf in te rijden, art. 285.1 Sr. 1. Bewijsklachten pleegplaats. 2. Was hof gehouden te reageren op ttz. gevoerd alternatief scenario-verweer (zoon van verdachte kan degene zijn over wie aangever en getuigen hebben verklaard)? 3. Bewijsklacht opzet. 4. Denaturering getuigenverklaringen. 5. Strafmotivering (gevangenisstraf van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk). Kon hof gelet op strafmaatverweer tot zwaardere strafmodaliteit komen dan politierechter in eerste aanleg (taakstraf van 80 uren)? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.844 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/00541

Datum 16 januari 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 februari 2022, nummer 21-000784-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.B.E. van Kan, advocaat te Noorbeek, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Namens de verdachte heeft A. Cinar, advocaat te Heerlen, daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2024.