Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:1296

2024-09-27 Bestuursrecht; Belastingrecht 22/03916
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-09-27
Publicatiedatum
2024-09-26
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/03916
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NLF 2024/2203 | NTFR 2024/1620 | Belastingblad 2024/364 met annotatie van L.J. Boone | Viditax (FutD) 2024092712 | FutD 2024-2039 | BNB 2025/4

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 219 en 223 Gemeentewet (forensenbelasting). Tariefsverhoging en regulering woningmarkt. HR 13 september 2024 ECLI:NL:HR:2024:1159.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.290 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 22/03916

Datum 27 september 2024



ARREST



in de zaak van




[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)



tegen



het BESTUUR VAN TRIBUUT BELASTINGCENTRUM



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 september 2022, nrs. BK-ARN 21/00075 en BK-ARN 21/00604, op het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 20/33 en AWB 20/3186) betreffende aan belanghebbende voor de jaren 2018 en 2019 opgelegde aanslagen in de forensenbelasting.





1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door H.A.J. Kalsbeek, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het bestuur van Tribuut belastingcentrum, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.




2Uitgangspunten in cassatie

2.1
Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2018 en 2019 aanslagen in de forensenbelasting opgelegd. De aanslag voor het jaar 2018 bedraagt € 1.349,12, zijnde 0,544 procent van de WOZ-waarde van de woning. De aanslag voor het jaar 2019 bedraagt € 1.382,10, zijnde 0,542 procent van de WOZ-waarde van de woning.


2.2
Het Hof heeft het standpunt van belanghebbende verworpen dat de hoogte van de forensenbelasting volgens de Verordening forensenbelasting 2018 en de Verordening forensenbelasting 2019 van de gemeente Epe afhankelijk is van de WOZ-waarde van de woning en dus van het vermogen en dat dit in strijd is met artikel 219, lid 2, van de Gemeentewet.




3Beoordeling van de middelen

3.1
Het negende middel, dat zich keert tegen het hiervoor in 2.2 weergegeven oordeel van het Hof, faalt op de gronden die zijn vermeld in het op 13 september 2024 uitgesproken arrest van de Hoge Raad met nummer 23/00801, ECLI:NL:HR:2024:1178, rechtsoverweging 4.3.


3.2
De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).




4Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



5Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2024.




ECLI:NL:GHARL:2022:7634.