Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:1287

2024-09-24 Strafrecht 22/01623
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-09-24
Publicatiedatum
2024-09-23
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/01623
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2024-0210 | RvdW 2024/904

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen witwassen door zijn bankpassen en pincodes af te staan, waarna op zijn bankrekeningen geldbedragen terecht komen die afkomstig zijn van fraude (art. 420bis.1.b Sr). Vrijspraak in eerste aanleg van primair tlgd. medeplegen en veroordeling voor subsidiair tlgd. medeplichtigheid. 1. Bewijsklachten criminele herkomst van geldbedragen. 2. Bewijsklacht opzet. 3. Bewijsklacht medeplegen. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: 1. Hof heeft niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd geoordeeld dat zich gerechtvaardigd witwasvermoeden voordeed, zodat van verdachte mocht worden verlangd dat hij concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gaf over herkomst van geldbedrag. Oordeel van hof dat verklaring van verdachte niet aannemelijk is, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. 2. Oordeel van hof dat verdachte op zijn minst bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat gelden die door aangever naar zijn bankrekeningen werden overgemaakt uit misdrijf afkomstig waren, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. 3. Uit bewijsvoering hof volgt genoegzaam dat verdachte in ieder geval als pleger door aangever naar zijn bankrekeningen overgemaakte geldbedragen heeft verworven en voorhanden gehad. Nu hof daarnaast niet onbegrijpelijk heeft vastgesteld dat meerdere personen bij witwassen betrokken zijn geweest en dat mede door tussenkomst van verdachte kort na overboekingen geldbedragen zijn opgenomen bij geldautomaten en zijn doorgeboekt van ene bankrekening van verdachte naar diens andere bankrekening, getuigt oordeel van hof dat kan worden gesproken van bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en onbekend gebleven personen en dat bijdrage van verdachte aan witwassen van voldoende gewicht is om van medeplegen te spreken, niet van onjuiste rechtsopvatting. Oordeel is ook niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. Samenhang met 22/01622 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.444 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/01623

Datum 24 september 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 april 2022, nummer 21-004308-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.D. Nijenhuis, advocaat in Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen

2.1
De cassatiemiddelen komen met verschillende klachten op tegen de bewezenverklaring. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.


2.2
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.




3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van drie maanden en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.



4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 september 2024.